De basisvaardig-heden

Onze openingsdatum komt met rasse schreden dichterbij! Inmiddels hebben we al zes informatiebijeenkomsten gehad en hebben we veelvuldig contact met ouders op intakegesprekken, via telefoon of Facebook. En één van de vragen die bijna altijd voorbij komt is: “Hoe zit het bij jullie met de basisvaardigheden als kinderen niets ‘moeten’ leren?” Tijd om daar een uitgebreid blog over te schrijven!

Om te kijken hoe de basisvaardigheden worden aangeleerd, is het wellicht handig om even in te gaan op het leerproces in het algemeen op onze democratische school.

Het leerproces op een democratische school

Democratisch onderwijs staat voor leren met intrinsieke motivatie door middel van zelfsturing. De studenten kunnen alle middelen gebruiken die de school hiervoor ter beschikking stelt. De Schoolkring heeft de beschikking over een budget voor schoolmiddelen, excursies en inhuur vakdocenten. Studenten kunnen een motie indienen voor de aanschaf van extra of bijzondere materialen als ze die nodig hebben. Als school proberen wij eigenlijk de aangeboren nieuwsgierigheid die alle kinderen van nature hebben zoveel mogelijk te faciliteren en aan te vullen. Alle spontane leervragen die ontstaan uit vrij spel, of het zien van een filmpje, lezen van een boek etc. kunnen waardevolle leermomenten opleveren, mits de begeleiders daar goed op inspelen. Onze stafleden zijn getraind en gespitst op het herkennen van gemotiveerde leervragen en proberen daar maximaal in te faciliteren, mits dat door de student natuurlijk gewenst is. Daarnaast nemen onze stafleden (in overleg met de Schoolkring) ook initiatief om projecten op te zetten, themaweken of -maanden te organiseren (bijvoorbeeld rondom geschiedenis, beroepen, seizoenen etc.) en nieuwe leermogelijkheden aan te bieden.

Verder onderscheiden we op onze school (naar het model van democratrische school De Vallei) drie verschillende leerstadia.

Verkenner

Het woordt zegt het eigenlijk al: in dit leerstadium verkent de student een nieuw onderwerp. Laten we qua voorbeeld zeggen dat je als student bij Vivere eens wilt kijken of gitaar spelen iets voor je is. Je hebt andere leerlingen dit zien doen en je wilt er wat meer over weten. Op het rooster staat op vrijdag de muziekdocent ingeroosterd en hij geeft ook gitaarles. Je besluit deze les bij te wonen en je zorgt dat je op donderdag op de betreffende tijd aanwezig bent. Tijdens het bijwonen van deze les zijn er dan twee verschillende opties. De eerste mogelijkheid is dat je door het bijwonen van de les en het eerste proberen met de gitaar merkt dat dit helemaal niet is wat je ervan verwachtte; het is niets voor jou. Je bent vrij om de les op elk moment te verlaten en het blijft bij deze ene verkenning. Wellicht dat je op een later moment alsnog besluit opnieuw te verkennen. De tweede mogelijkheid is dat je na één of meer verkennende lessen heel enthousiast raakt over dit instrument. Je wilt heel graag (beter) leren spelen. Dan ga je naar het volgende stadium.

Amateur

Je hebt tijdens een verkennende les besloten dat je graag beter gitaar wilt leren spelen. Je volgt regelmatig (delen van) lessen die gegeven worden door de muziekdocent en daarnaast ben je zelf ook lekker aan het oefenen. Het gitaarspelen gaat steeds beter, en je hebt plezier in deze nieuwe vaardigheid. Dat is waar dit stadium om gaat. Het proces is leidend.

Meesterschap

Het laatste stadium is het meesterschap. In dit stadium werken we naar een specifiek doel. Bijvoorbeeld: je wilt een bepaald nummer goed kunnen spelen op de kerstuitvoering van de school. In dat geval ga je samen met de muziekdocent en/of je begeleider een plan opstellen om het doel te behalen. Hoeveel lessen moet je nog volgen? Hoeveel vrije uren moet je nog oefenen? Welke hulp ga je hierbij nog inschakelen? Is de gitaar genoeg beschikbaar of moet er een extra worden aangevraagd in de muziekkring? Dit soort dingen komen in je plan. Het bijwonen van de muzieklessen is niet langer vrijblijvend. Er wordt nu verwacht dat je op tijd komt en actief deelneemt aan de gehele les. Je coach of vakdocent kan in deze fase soms (met jouw eigen plan in de hand) een stok achter de deur zijn om je te helpen je doel te bereiken. Na afloop ga je met je coach evalueren: is het doel behaald? Waarom (niet)? Falen is niet erg, maar er niet van leren wel. Samen bekijk je wat goed ging, en wat beter kan. Misschien kan je ergens nog wat extra hulp gebruiken. Eventueel kan een nieuw doel worden gesteld, met een bijbehorend plan.

De basisvaardigheden

De basisvaardigheden (lezen, schrijven en rekenen op acceptabel niveau) behandelen wij op onze school in principe niet anders dan andere vaardigheden. We zijn alert op het ontstaan van een gemotiveerde leervraag en proberen daar zo goed mogelijk op in te spelen. Het kan zijn dat ouders vraagtekens zetten bij deze methode en zorgen hebben of de basisvaardigheden in voldoende mate worden aangeleerd. Onze stelling daarin is, dat als kinderen helemaal worden vrijgelaten, zij automatisch geneigd zijn om die dingen na te spelen en aan te leren die van belang zijn voor de maatschappij waarin zij leven. Deze theorie komt onder andere uit het boek ‘Free to learn’ van Peter Gray. Wij streven ernaar om onze democratische school als een soort ‘minimaatschappij’ te laten functioneren. Dit houdt in dat studenten – ieder op zijn eigen moment – tegen die basisvaardigheden aan zullen lopen. We noemen het ook basisvaardigheden, omdat het vaardigheden zijn die zeer belangrijk zijn voor het functioneren in onze huidige maatschappij. Als voorbeeld noemen wij het maandelijkse budget dat iedere student op onze school ontvangt. De enige voorwaarde voor het ontvangen van dit budget is een kasverslag met waar dit geld aan is uitgegeven. Natuurlijk worden jonge studenten geholpen door stafleden of oudere studenten bij het opstellen hiervan, maar het is een mooie en natuurlijke manier om in aanraking te komen met geld, cijfers en lagere wiskunde. Het zelfde geldt voor leren lezen en schrijven. Bij de deelname aan de CONSENT-methode komen studenten regelmatig in aanraking met taal en rekenen: bij het indienen van moties (eventueel met bijbehorende begroting), het schrijven van verslagen en het vastleggen van nieuwe regels. Het ligt voor de hand dat studenten zich hierin willen bekwamen, zodat ze vaardiger worden om het systeem voor hun eigen doeleinden te gebruiken. Ook bij een activiteit als computergamen lopen studenten al snel tegen de basisvaardigheden aan. Veel handleidingen van computergames zijn uitputtend en bij (internationale) multi-player instellingen kan je ook met elkaar communiceren via chat. Allemaal redenen om je heel snel je taalvaardigheden eigen te maken, misschien zelfs ook al in het Engels!

Omdat alle studenten uiteindelijk gemotiveerde leervragen hebben met betrekking tot de basisvaardigheden, ontstaat vaak natuurlijkerwijs een cijfer- en letterkring, waar regelmatig (dagelijks of een paar keer per week) lessen gegeven worden via het systeem van verkenner – amateur – meesterschap. In overleg met de studenten kan door de docent in de Schoolkring een aanvraag worden gedaan voor het aanschaffen van een bepaalde lesmethode, indien dat gewenst is.

Via ons leerlingvolgsysteem Spectrovita kunnen we precies zien hoe een student zich ontwikkelt, ook op het gebied van de basisvaardigheden. Mocht er vanuit de school, de ouders, of de student zelf reden zijn tot extra aandacht op dit gebied, dan kunnen we via een open gesprek aanvullende afspraken maken.

Persoonlijke begeleiding

Alle studenten hebben een eigen (jaarlijks) gekozen coach of tutor, tevens vertrouwenspersoon. Dit is altijd een van de vaste begeleiders in de school. Regelmatig wordt (op basis van behoefte) een afspraak met de coach gemaakt om te kijken hoe het gaat op school, hoe het met de leerplannen staat, of er nog extra hulp benodigd is etc. Eens per kwartaal is er dan ook een diepgaand gesprek met de ouders (en eventueel de student zelf), zodat alle belangrijke informatie kan worden uitgewisseld.

10 oktober 2016
Mariska Mouwen-van den Bosch