Sociale vaardigheden en vrij spel

Het oefenen van sociale vaardigheden

Wel eens in het Spoorwegmuseum geweest tijdens het Thomas Weekend? Wel, zoals je kunt verwachten tijdens dit soort evenementen, was het ontzettend druk. Naast de normale attracties hebben ze tijdens dit weekend ook een of twee plekken waar een enorm speelkleed ligt, met bakken vol treinrailzen en accessoires van Thomas de Trein. Die kleden zitten vol met kinderen (over het algemeen jongens) die bezig zijn een treinrails aan te leggen. Een perfecte plek om je sociale vaardigheden op te poetsen!

Thomas Weekend in het Spoorwegmuseum

Tijdens het Thomas de Trein weekend in het Spoorwegmuseum (4 t/m 8 mei, voor als je nog wilt gaan) hebben ze dus enorme speelkleden liggen met daarop grote bakken met treinrailzen en accessoires. Er omheen staan hekken, zodat de kinderen niet zomaar aan de wandel gaan en er is één ingang. Ouders worden niet in de speelzone toegelaten, behalve om hun kinderen te brengen en halen. Dus alle ouders staan zo’n beetje rond het hek met hun smartphone, en een half oog op de kinderen. Een superleuk concept, want kinderen kunnen zo lekker met een hoeveelheid speelgoed spelen dat ze (hopelijk!) thuis niet hebben en combinaties maken die alleen mogelijk zijn als je echt héél veel onderdelen hebt.

Sociale vaardigheden oefenen!

Het is ook een perfecte plek om als kind je sociale vaardigheden te oefenen. Want ook al zijn er superveel onderdelen, niets is onbeperkt, dus moet je samenwerken, onderhandelen, ruilen etc. En het mooie is dat het speelgoed dat beschikbaar is ‘van niemand is’. De eigendomsclaim die je thuis op je eigen speelgoed kunt maken geldt hier dus niet.  Een hele goede oefening voor veel kinderen, die buiten school, opvang, sport en hobby’s, veel te weinig tijd hebben om vrij te spelen met anderen, binnen of buiten.

Vrij spel?

Maar helaas… mij viel toch op dat ouders zich vanaf de zijlijn veelvuldig met hun kind bemoeien en zo hun kind de kans op vrij spel (en dus de bijbehorende leerervaring) ontnemen.  Is het schaamte of angst voor de reacties van andere ouders? Dat we daarom meteen ingrijpen als ons kind sociaal ongewenst gedrag vertoont of dreigt te vertonen? Opmerkingen als “Samen spelen, samen delen! En als je dat niet kan dan haal ik je hier meteen weg!“,  “Geef dat stuk speelgoed terug, anders doe ik het!“,  “Laat dat jongetje ook meespelen!” en “Niet duwen/trekken/[zelf invullen]!” zijn niet van de lucht.

Sociaal ongemak en schaamte

Ik zal meteen de hand in eigen boezem steken en bekennen dat ik mij soms ook ongemakkelijk voel als Jamie in een duw/trek actie betrokken is over een stuk speelgoed. Of als hij weigert samen te spelen met een kind dat bij hem aan wil schuiven. Ik voel me zelfs plaatsvervangend gekwetst als Jamie bij een groepje aan wil sluiten en hij wordt niet geaccepteerd. Je ziet de andere ouder(s) kijken en wachten tot iemand ingrijpt. Als je het zelf niet doet, doet een ander het wel. Toch probeer ik het vaak zo lang mogelijk te laten gaan, omdat juist die conflictmomenten zulke waardevolle leerkansen opleveren. Hoe reageert die ander als ik ongevraagd een stuk speelgoed wegpak waar hij mee aan het spelen is? Hoe gaan we het oplossen als we allebei het zelfde willen? Hoe geef ik aan dat ik wel of niet met iemand samen wil spelen? Allemaal ervaringen die van onschatbare waarde zijn voor kinderen, omdat het de basis legt van hun sociale vaardigheden voor nu en later. En nee, die speelervaringen zijn écht niet hetzelfde als leren van je moeder die schreeuwt “je mag geen speelgoed afpakken!”. Als we ingrijpen in een te vroeg stadium (ik vind zelf het moment dat ze elkaar de hersens in lijken te gaan slaan een goed moment om in te grijpen) ontnemen we ons kind de kans om de situatie zelf op te lossen en daarvan te leren. Dat geldt zowel voor de ‘dader’ als het ‘slachtoffer’.

Succes in het leven

In een artikel dat ik een tijd geleden las (helaas weet ik de titel en auteur niet meer) werden een aantal hoogbegaafde wonderkinderen gevolgd van kindertijd tot volwassenheid. En wat bleek? Heel veel ‘wonderkinderen’ hadden totaal gefaald om hun talenten om te zetten in maatschappelijk succes. Kinderen die op koers leken te zitten voor Nobelprijs-winnaar, piano-talent of briljante onderzoeker werkten als volwassene ver onder hun niveau. De oorzaak? Doordat hun ‘talent’ al zo vroeg ontdekt was, werden ze vaak door hun ouders gepusht om daar zo veel mee bezig te zijn (ontelbare uren achter de piano of in de boeken en op school) dat er bijna geen tijd overbleef voor vrij spel met andere kinderen. Daardoor misten ze een hoop sociale vaardigheden en kregen ze het op latere leeftijd niet voor elkaar om hun talent ‘over de bühne’ te brengen. Ze waren simpelweg niet in staat om een zinvolle connectie te maken met andere mensen. Dit in tegenstelling tot kinderen die in eerste instantie geen bijzonder talent leken te hebben, maar wel heel goed sociaal onderlegd waren. Deze kinderen waren als volwassenen vaker succesvol in hun leven, omdat ze een groot netwerk hadden. Wat is dat gezegde ook al weer? “Het gaat niet om je talent, maar de mensen die je kent.”? Ik denk dat dat wel eens waar kan zijn. Kan je nagaan hoe geweldig een combinatie van de twee (talent én sociale vaardigheden) kan zijn!

Democratisch onderwijs!

Op een democratische school krijgen studenten volop de kans om vrij te spelen met andere kinderen, met minimale bemoeienis van begeleiders. En daarnaast worden ze optimaal ondersteund om hun talenten te vinden en te ontwikkelen. En het mooiste is, omdat ze nog jong zijn wegen dingen als een afwijzing of ruzie veel minder zwaar als bij ons volwassenen. Na afgewezen te zijn bij het ene groepje, ging Jamie gewoon door naar het volgende, tot hij er één gevonden had waar hij bij aan kon sluiten en mee kon spelen.

Mission accomplished.

PS. Als je meer wilt weten over vrij spel en hoe je om kunt gaan met conflicten tussen kinderen, raad ik je de volgende bronnen aan:
– Boek en cursus ‘Luisteren naar kinderen’ van Thomas Gordon
– Boek van Peter Gray getiteld Free to Learn en deze TED talk op YouTube.

5 mei 2016
Mariska Mouwen-van den Bosch